‘Ons onderwijs is goed, maar het kan nog beter.’ Dat is de conclusie van Paul Rosenmöller, sinds 2013 de voorman van het Nederlandse voortgezet onderwijs. Twee vraagstukken die hij ziet voor het onderwijs zijn:

  • de kansenongelijkheid tegengaan en
  • de motivatie van leerlingen versterken.

Voor het niet-verder-versterken van de kansenongelijkheid kijkt hij naar onderwijssystemen in het buitenland. Daar zitten leerlingen van verschillende niveaus langer bij elkaar in de klas.

Leerlingen zijn volgens Rosenmöller beter gemotiveerd voor school als scholen kijken naar de talenten van leerlingen en daarop hun onderwijs aanpassen. Schoolleiders moeten een visie ontwikkelen daarvoor: ‘Hoe zouden we dat kunnen doen?’ Nu is het eerder zo dat de school leerlingen door haar organisatie ‘duwt’.

Rosenmöller stelt dat er al veel mogelijk is voor het voortgezet onderwijs, ook al wordt daar wel eens anders over gedacht. ‘Neem 20-80 learning, waarbij leerlingen in vier dagen per week de lesstof krijgen, en één dag besteden aan extra activiteiten, en zelfs tien dagen rondlopen op het hbo. Het dropout-gedrag is daardoor gehalveerd.’ Ook het afsluiten van examenvakken op een hoger niveau zorgt voor meer studiesucces in het vervolgonderwijs, weet hij.

Binnen de huidige wetten en regels kun je al versnellen, verrijken, langzamer gaan, differentiëren en gepersonaliseerd leren. ‘Dat vergt nieuwe dingen van de leraren’.

Rosenmöller ontkent dat deze trend een stap op weg is naar individualisering van het onderwijs. ‘Want leerlingen willen altijd samenwerken, en een school is, was en blijft een community.’

Als goede voorbeelden van talentgericht onderwijs noemt de VO-raadvoorzitter de vmbo-school Maarten van Rossem in Arnhem, het Rembrandt College in Veenendaal en Agora in Roermond. Met name die laatste school zette de organisatie op z’n kop: leerlingen praktijkonderwijs en gymnasiasten zitten er tot hun diplomering bij elkaar in de klas.

Rosenmöller: ‘Zo radicaal hoeft het niet. Kleine stapjes kunnen voor leerlingen al grote betekenis hebben. En u bent er allemaal voor de leerlingen; u wilt hen het beste onderwijs bieden. Zodat ze nóg gelukkiger terugkijken op hun schoolloopbaan.’

CVO’ers stelden daarna vragen over de terugvalregeling (als leerlingen een vak niet aankunnen op een hoger niveau), het uniform examineren en de acceptatie van een maatwerkdiploma door het hoger onderwijs.

Tot slot overhandigde Yvette van Dijk aan Rosenmöller het boek ‘Rotterdam’ als attentie. Hij was er zichtbaar mee in zijn nopjes!