10 april 2018. Daar waren we dan eindelijk, na 15 uur reizen: twee docenten en twaalf leerlingen van Melanchthon de Blesewic, op het vliegveld in Moldavië. Wachtend op de bus naar Troita, onze uiteindelijke bestemming. Hoe waren we hier beland? En waarom?

Al bijna een jaar daarvoor waren de voorbereidingen begonnen. Een enthousiaste docent kreeg een enthousiaste collega mee, en samen zochten en vonden ze enthousiaste leerlingen. Met deze leerlingen gingen ze iets doen dat buiten hun comfortzone zou liggen, maar wel een diepe ervaring zou geven. Een ervaring die deze leerlingen konden delen met hun medeleerlingen, om zo iedereen wat bewuster te maken van de wereld om ons heen.

We gingen naar Moldavië, het armste land van Europa, om daar te helpen met de bouw van een kinderopvangcentrum en ook de kinderen daar wat liefde en plezier te gaan geven. Dit project ging uit van de stichting Livingstone, die werkvakanties voor jongeren organiseert in landen waar mensen het minder goed hebben.

Niet alleen deze twaalf leerlingen en hun docenten, maar alle leerlingen en docenten van De Blesewic en zelfs hun ouders, vrienden en familie, waren tot de vertrekdatum betrokken bij het genereren van financiën en het verzamelen van spullen die meegenomen konden worden.

Op de luchthaven van Moldavië stond dus een zwaarbepakt gezelschap. Naast de eigen uitpuilende koffers (en niet alleen met eigen spullen!) hadden de reizigers ook vier koffers extra meegenomen met speelgoed, voetballen, schoolspullen en praktische zaken als wintermutsen. Dit kon allemaal mee dankzij de donaties van ouders en anderen, en dankzij een extra donatie van de school zelf. De bus was geregeld door de mensen van het kinderopvangcentrum. Daarin mochten we nog twee uur genieten van donkere en hobbelige wegen, maar toen, eindelijk, waren we er. In Troita, midden in Moldavië.

Als je je een voorstelling kunt maken van het leven in Nederland in de jaren dertig, dan heb je een aardig beeld van het leven in Moldavië. De meeste dorpen hebben geen gas en waterleiding: koken doen de inwoners meestal op een houtkachel en voor water moeten ze naar de waterput. Omdat er geen fatsoenlijke riolering is, hebben deze Moldaviërs ook geen badkamer en wc in huis. De wc is een poepdoos in de tuin en wassen doe je met water in een teiltje.

Ook wij hadden daar dus geen stromend water, westerse wc of douche. De douche bestond uit een watervat met een douchekop, de wc was een gat in de grond. Je mocht niet te lang douchen, anders was het water op. Dat wilde ook niemand, want het water kwam rechtstreeks uit de grond en was dus ijskoud!

Elke ochtend hielpen we de lokale bewoners met de verbouwing van het kinderopvangcentrum. We legden tevens de basis voor een nieuwe fundering. Met het door ons opgehaalde geld – zo’n € 17.000 – waren al stenen, cement, gereedschap en zand gekocht. Er moest het nodige gesloopt worden, met ouderwets handwerk. Het was lichamelijk dus behoorlijk zwaar … en dat allemaal bij een temperatuur van zo’n 28 graden!

Elke middag weer genoten we van de Moldavische gastvrijheid: vier lokale vrouwen waren tijdens ons bezoek vrijwel de hele dag in de weer om maaltijden voor ons te bereiden. Alle ingrediënten kwamen vers van het land en waarschijnlijk was ook het vlees en zeker de vis geweldig vers. Hoewel deze mensen weinig hadden, kregen we eten in overvloed: schapenkaas, gerookte vis, gegrilde groenten en heerlijke soep!

Na de vorstelijke lunch moest er verder gewerkt worden aan het kindercentrum. Ook kwamen de kinderen en jongeren uit de buurt dan langs. We maakten kennis met hen, sportten, knutselden of deden spelletjes.

Tien dagen lang hebben we als groep met elkaar opgetrokken. We hebben keihard gewerkt en ook veel plezier gehad. We hebben liefde en aandacht kunnen geven aan kinderen, die meestal uit gebroken gezinnen met veel armoede kwamen.

Het maakte de groep steeds hechter en heeft diepe impact gehad op ons allemaal. Het harde werken werd afgewisseld met voetbalwedstrijden, danswedstrijden (ja, echt!), kampvuren en barbecue. Je leren vermaken zonder internet kost even tijd, maar levert veel goede gesprekken op en een diep contact met de jongeren uit Troita zelf die ook meehielpen met de sloop en bouw.

De leerlingen, maar ook de docenten, hebben zich gerealiseerd dat het niet altijd normaal is om een eigen kamer en eindeloos wifi te hebben, om elke dag een kwartier onder de douche te staan of om naar een toilet te kunnen. Ze hebben mooie gesprekken gehad met lokale bewoners, ook al was er een taalbarrière. Ze hebben gezien dat je ondanks deze armoede toch gelukkig kunt zijn. En daarbij hebben ze ook nog een diepere relatie met elkaar gekregen. De mensen in Troita waren blij met onze komst en vonden het mooi om te merken dat onze jongeren niet op hen neerkeken. Ze zien uit naar ons volgende bezoek.

Zo werd de wereld in ieder geval voor ons en voor de mensen in Troita, een klein stukje mooier …

Marcel Stoutjesdijk
docent maatschappijleer, maatschappijkunde en levensbeschouwing

13-Column-Moldavie-foto.jpg#asset:889